De Droom

Als kind droomde ik ervan op de rug van een wit paard te zitten, zonder zadel, zonder bit, in totale vrijheid. Het paard berijden met een zogenaamde vrije neus. In mijn verdere levensjaren liet ik mij, zoals de meeste van ons, (mis)leiden en deed wat iedereen deed. ‘Het zal wel zo moeten’, dacht ik, zonder me daarbij af te vragen of het wel correct was wat ik deed.
Ik liet me leiden door mijn ijdelheid, eerzucht en mijn angst om af te gaan. In de springsport wilde ik zo graag de beste zijn. Daarbij stelde ik me echter niet de vraag of het paard er plezier in had. Uiteindelijk heb ik dat niet volgehouden. Was het gebrek aan talent of was het omdat mijn droom steeds verder weg leek? Wie zal het zeggen…
De jumpingwereld en alles wat met paarden te maken had, hield ik voor bekeken. Ik reed voor niemand nog een paard. De enige verbinding die ik vanaf dat moment nog met de paarden had, was een kleine witte pony, waar ik toen ook al niet veel meer naar omkeek. Wat moest je nu met een pony?

Toen werd mijn dochter Karen geboren. Haar eerste woord was ‘paard’ en het was haar liefde voor de witte pony die mij terug naar mijn liefde voor paarden bracht.
En dan op een avond toen ik Karen ging slapen leggen, had zij een kaart met een wit paard op haar kamertje hangen, met de volgende woorden: “een vrije neus”. En zo kwam ik weer bij mijn droom; een paard berijden in volle vrijheid met een vrije neus.

Dat is de aanzet geweest van wat ik nu ongeveer 15 jaar doe. Ik probeer alles vanuit het oogpunt van de paarden te doen, bekeken vanuit hun leefwereld. Ik streef naar verfijning in plaats van verharding. Ik streef naar harmonie in plaats van een beker. Paardrijden is voor mij luisteren en fluisteren in plaats van vallen en opstaan.
Ik wil me tussen de paarden kunnen begeven en het gevoel hebben één van hen te zijn. Ik wil dat de paarden me zien als hun natuurlijke leider, waar ze zich veilig bij voelen.

Alles is gebaseerd op studie, wetenschap, ethologie en intuïtie.
Mijn belangrijkste bevinding is: door zo met paarden om te gaan kom ik mezelf tegen en kan ik mezelf in vraag stellen, tenslotte is niemand perfect.
Het is niet makkelijk, het vraagt moed om de confrontatie met jezelf aan te gaan, maar één keer je er bent, leidt deze nieuwe wereld je naar andere inzichten. Mogelijk is dit de enige ware reden waarom mensen nog steeds graag bij paarden zijn.

Ik schrijf dit met veel respect en begrip voor de niet-begrijpende.